Goede doelen & dierproeven
In Nederland zijn er heel wat goede doelen actief, waarvan een deel gericht op menselijke (medische) problemen. Deze stichtingen of verenigingen doen actief aan fondsenwerving, maar zijn erg gesloten over wat er met dat geld gebeurd. Een deel van het geld kan namelijk gaan naar medisch/wetenschappelijk onderzoek met dieren. Oftewel, het geld dat u geeft, kan dus gebruikt worden voor proeven op dieren. Hierover wordt zelden gecommuniceerd. Zelfs de fondsenwervers die ingehuurd worden om op straat donateurs te werven en de vrijwilligers met de collectebussen weten dit doorgaans niet. Daarom hieronder een overzicht van 'goede doelen' welke, zover ons bekend, donaties gebruiken voor (het steunen van) onderzoek met dieren. Onze reactie staat er, in zoverre die van toepassing is, ook bij. Deze pagina wordt continu aangepast met actuele informatie.
KWF Kankerbestrijding
Het KWF Kankerbestrijding geeft op haar website een korte toelichting over de dierproeven. Ze zeggen hierop het volgende:
Experimenten met proefdieren zijn essentieel voor het kankeronderzoek. KWF Kankerbestrijding is tegenstander van onnodig gebruik van proefdieren. Waar mogelijk dient het gebruik van alternatieven, andere, gelijkwaardige methoden van wetenschappelijk onderzoek, te worden gestimuleerd.
Bij de beoordeling van KWF‑projectaanvragen vormt een toetsing van de inzet van proefdieren dan ook een wezenlijk onderdeel van de beoordelingsprocedure. Hierbij volgt KWF Kankerbestrijding de stringente regelgeving van de overheid.
Daarnaast stelt KWF Kankerbestrijding jaarlijks een bedrag van € 45.000,- beschikbaar voor onderzoeksprojecten binnen het programma 'Alternatieven voor Dierproeven' van ZorgOnderzoek Nederland, die gericht zijn op vermindering, vervanging en verfijning van het gebruik van proefdieren in het kankeronderzoek.
(bron: KWF-Beleidsvisie 2002-2006 en Jaarverslag 2002) [1]
Opvallend hierin is de zin 'Experimenten met proefdieren zijn essentieel voor het kankeronderzoek'. KWF verklaart dus dat dierproeven een goed kankermodel zijn. Dr Richard Klausner van het National Cancer Institute (VS) denkt daar echter anders over: 'The history of cancer research has been a history of curing cancer in the mouse... We have cured mice of cancer for decades and it simply didn't work in humans.' [2] Hij gaf dus eigenlijk toe dat het model dat nu vooral gebruikt wordt in kankeronderzoek gewoonweg faalt. Zoals ook op onze site te lezen, zijn er genoeg voorbeelden die aantonen dat kanker in diverse dieren niet hetzelfde is als kanker bij de mens en dat stoffen en medicatie dus niet hetzelfde reageren bij mensen. Daar vanuit gaan, kan zelfs een gevaarlijk zijn. Hieronder een aantal voorbeelden van foute resultaten bij kankeronderzoek:
- Roken
Men nam aan dat sigaretten niet kankerverwekkend waren omdat kanker als gevolg van roken moeilijk voort te brengen was in laboratoriumdieren. Als gevolg hiervan rookten velen zorgeloos verder en stierven heel wat rokers aan kanker. [3] - Glasvezels
Testen op proefdieren zoals ratten, hamsters, cavia's, muizen, apen en bavianen brachten geen enkele link aan het licht tussen glasvezels en kanker. Pas in 1991, na studies op mensen, labelde de OSHA (Occupational Safety & Health Administration) glasvezels als kankerverwekkend. [4][5][6] - Arsenicum
Alhoewel arsenicum decennia lang bekend stond als kankerverwekkende stof voor mensen, faalden wetenschappers om dit sluitend te bewijzen via dierproeven. Dat duurde tot 1977. [7] Dit was de geaccepteerde visie totdat het uiteindelijk mogelijk werd om de kanker in dieren te veroorzaken. [8][9][10] - Mitoxantrone
Mitoxantrone, een behandeling tegen kanker, veroorzaakte hartfalen bij mensen. Het werd nochtans uitgebreid getest op honden, die geen tekenen van enig negatief effect vertoonden. [11][12]
Naast het falen van proeven, zijn er ook voorbeelden te vinden van successen zonder dierproeven bij kankeronderzoek:
- Chemotherapeutica uit mosterdgas
Tijdens de Eerste Wereldoorlog kwamen soldaten in aanraking met mosterdgas. Artsen constateerden bij deze soldaten een laag aantal witte bloedcellen. Ze vroegen zich af of hetzelfde zou gebeuren bij mensen met leukemie of maligne lymfoom. Dit zijn kankers waarbij het aantal witte bloedcellen is toegenomen. Uiteindelijk bleken derivaten uit mosterdgas effectieve chemotherapeutica. [13][14] - Methotrexate
Dit middel wordt vaak gebruikt als chemotherapeuticum. Bij de ontwikkeling van dit middel sloeg men de dierproeven over. Men gaf het rechtstreeks aan mensen, in dit geval kinderen met leukemie. Met succes. [15] - Lance Armstrong
Lance Armstrong zou misschien de Tour de France van 1999 niet hebben gewonnen zonder klinische trials. Armstrong volgde een minder toxische chemotherapie voor testiculaire kanker dat ontwikkeld was via menselijke observatie.[16][17] - Klinische trials bevorderen kankerbehandelingen
De University of Rochester Cancer Center schrijft in een publicatie dat klinische trials de meest belangrijke zijn geweest voor grote ontwikkelingen in behandelingsmethoden bij kanker. Ze schrijven hierover: "The most important breakthroughs in cancer treatment have been made in clinical trials" [18]
In de begroting van 2008 staat dat KWF zo'n 90 miljoen zal uitgeven. Uitgaande van hetzelfde bedrag van 45.000 euro voor 2008 komen we op een percentage van 0,05% [19] dat daarvan gaat naar onderzoek van alternatieven. Dit betekent niet direct een vervanging van dierproeven, want het geld wordt gebruikt voor de 3V's. Die staan voor vervanging, maar ook voor vermindering en verfijning. Het gaat dus niet enkel over onderzoek naar alternatieven voor dierproeven, maar ook over hoe je zo efficiënt mogelijk een dier kan gebruiken voor meerdere proeven. Ze gaan er hierbij vanuit dat dierproeven wetenschappelijk gefundeerd zijn, wat wij als platform een foute assumptie vinden. Zelfs onderzoekers geven regelmatig toe dat het diermodel niet erg betrouwbaar is[2]. En dat resultaten bij dieren niet noodzakelijk resultaten bij mensen weergeven. Zoals epidemioloog Matti Rookus van het Nederlands Kanker Instituut onlangs zei over het verband tussen nachtdiensten en borstkanker: "Dit is alleen aangetoond bij dierproeven. Maar dat kun je niet zomaar doortrekken naar mensen" [20]. En ook Dr. J. E. Green van het National Cancer Institute Laboratorium gaf zelf al aan dat diermodellen niet de juiste resultaten geven: "Some findings in colon cancer mice, which were very good models, actually led to clinical trials in humans which resulted in an increase in cancer." [21]
[1] Alternatieven voor dierproeven, KWF Kankerbestrijding
[2] Cancer Drugs Face Long Road From Mice to Men, 1998, LA TIMES
[3] N. Sax, Cancer-causing Chemicals, Van Nostrand 1981.
[4] The Guardian, July 20 1991.
[5] Occupational Lung Disorders, Butterworth 1982.
[6] Toxicology and Industrial Health, 1990, vol.6, pp293-307.
[7] J. Nat. Cancer Inst., 1969, vol.42, pp1045-52.
[8] Br. J. Cancer, 1947, vol.1, pp192-251.
[9] Advances in Modern Toxicology, vol.2, Wiley, 1977.
[10] J. Nat. Cancer Inst, 1962, vol.5, p459.
[11] Lancet, 1984, July 28, pp219-220.
[12] Martindale: The Extra Pharmacopoeia, 29th edition, Pharmaceutical Press, 1989.
[13] Scientific American Nov 1985, 31-39
[14] Boesen, E. Cytotoxic Drugs in the Treatment of Cancer 1969
[15] The Cancer Bulletin 1981; 33:40-42
[16] CA A Cancer Journal for Clinicians 1999; 49(no. 5):258
[17] J. Clin. Oncol. , 1998; 16:1287-93
[18] University of Rochester Cancer Center publication, 1999
[19] Begroting 2008, KWF Kankerbestrijding
[20] Meldpunt borstkanker nachtwerkers, De Volkskrant, 5 januari 2009
[21] Dr. J. E. Green of the National Cancer Institute Laboratory, Journal of the National Cancer Institute, 2001, 93:976.
Nierstichting
De Nierstichting geeft op haar website haar standpunt over dierproeven. Hierin staat het volgende:
Wetenschappelijk onderzoek naar nierziekten is noodzakelijk. Om te weten hoe nierziekten ontstaan. Hoe ze kunnen worden voorkomen en hoe ze kunnen worden behandeld. Door onderzoek kunnen chronische nieraandoeningen op tijd worden herkend en behandeld waardoor een zware dialysebehandeling kan worden uitgesteld of zelfs voorkomen. Onderzoek kan ook leiden tot verbetering van de dialyse- behandeling en betere mogelijkheden voor niertransplantatie.
Wetenschappelijk onderzoek is dus essentieel voor een optimale medische behandeling van en een maximale kwaliteit van leven voor nierpatiënten.
De Nierstichting financiert ruim vijftig procent van al het wetenschappelijk onderzoek naar nierziekten in Nederland. Bij een deel van het onderzoek is het gebruik van proefdieren noodzakelijk.We zijn tegen onnodig gebruik van proefdieren. Daarom bekijken we aanvragen voor wetenschappelijk onderzoek met proefdieren altijd heel erg kritisch. We kijken of het gebruik van proefdieren absoluut noodzakelijk is. Als dat zo is, dan worden dierproeven alleen verricht volgens de Wet op de dierproeven én met toestemming van de dierexperimentencommissie.
Het beleid van de Nierstichting richt zich op beperking van het aantal dierproeven en minimale hinder voor proefdieren. Daarom besteedt de Nierstichting vijf procent van haar onderzoeksbudget aan onderzoek naar alternatieven voor dierproeven. [1]
De Nierstichting geeft aan dat bij een deel van het onderzoek het gebruik van proefdieren erg noodzakelijk is. Wij denken van niet. Wel kunnen we het met hen eens zijn dat er onderzoek nodig is, maar dit kan ook zonder gebruik te maken van dieren. Mensen zijn dieren, maar dieren zijn geen mensen. De verschillen tussen diersoorten kunnen, zelfs al komen ze qua DNA grotendeels overeen, erg groot zijn. Hierdoor ontstaan fouten bij het ontwikkelen van behandelmethoden en medicatie voor nierziekten. Een voorbeeld van falen van dierproeven bij onderzoek rondom nierziekten is:
- Cyclosporin
Cyclosporin is een middel gebruikt om het afstoten van transplatie-organen tegen te gaan. Hoewel dit middel werd verwelkomt omwille van haar voordelen tegenover alle andere beschikbare medicatie, is het geen wondermiddel. Bijwerkingen zijn veelvoorkomend en vaak gevaarlijk. Het ernstigste gevaar is nierschade [2], welke niet aangetoond werd bij dierproeven. Niertoxiciteit werd gerapporteerd bij 80% van de niertransplantatiepatiënten die dit medicijn kregen. [3] Sommige harttransplantatiepatiënten behandeld met Cyclosporin moesten aan de dialysemachine omdat hun nieren faalden.[4]
Dierproeven die nadien gedaan werden, toonden enkel aan dat bij extreem hoge dosissen van Cuclosporin niertoxiciteit ontstond bij ratten [2] terwijl er bij honden en rhesusapen geen probleem ontstond.[3]. Dit illustreert heel goed hoe dieren verschillend kunnen reageren. Er is dus geen enkele zekerheid over resultaten verkregen uit dierproeven. Alleen mensspecifieke testen kunnen in de buurt bij komen.
[1] Standpunt Nierstichting over Proefdieren
[2] D.J.Cohen et al, Annals of Internal Medicine, 1984, vol. 101, 667-682.
[3] W.M.Bennett & I.P.Pulliam, Annals of Internal Medicine, 1983, vol.99, 851-854.
[4] Lancet, 1986, February 22, 419-420.
Nederlandse Hartstichting
De Nederlandse Hartstichting (NHS) geeft op haar website haar standpunt weer. Dit luidt als volgt:
De Nederlandse Hartstichting (NHS) investeert een groot deel van haar middelen aan wetenschappelijk onderzoek. Echter, bij wetenschappelijk onderzoek naar hart- en vaatziekten zijn dierproeven in bepaalde gevallen onontkoombaar, vooral bij projecten die het ontstaan van hart- en vaatziekten proberen te ontrafelen. Dit zijn studies die om ethische en praktische redenen niet uitgevoerd kunnen worden bij mensen.
Jaarlijks ontvangt de NHS honderden verzoeken van onderzoekers om financiële steun voor hun onderzoek. Deze subsidieaanvragen doorlopen een uitgebreide, zorgvuldige beoordelingsprocedure. De Wetenschappelijke Adviesraad van de NHS beoordeelt de wetenschappelijke kwaliteit van de onderzoeksprojecten. Bij onderzoeksaanvragen waarin dierproeven worden voorgesteld, bekijkt de Wetenschappelijke Adviesraad zeer nauwkeurig of deze dierproeven noodzakelijk zijn. Ook beoordeelt de Wetenschappelijke Adviesraad of de onderbouwing van het voorgestelde aantal proefdieren goed is (kan de vraagstelling ook met minder proefdieren worden beantwoord?). De Hartstichting honoreert alleen onderzoeksprojecten waarover de Wetenschappelijke Adviesraad positief heeft geadviseerd. Voordat een onderzoeksproject van start kan gaan, moeten onderzoekers voldoen aan alle wettelijke eisen die zijn vastgelegd in de 'Wet op de dierproeven' en de 'Gezondheids- en welzijnswet voor dieren'. Daarnaast moet de lokale Dierexperimenten Commissie van het betreffende onderzoeksinstituut haar goedkeuring hebben gegeven.
Alleen daar waar het niet anders kan, vergoedt de NHS onder strikte voorwaarden een deel van de kosten. De Hartstichting vergoedt alleen de aanschaf- en huisvestingskosten van voornamelijk muizen. Dierproeven met apen vergoedt de Hartstichting nooit.
Het aantal proefdieren dat in Nederland wordt gebruikt daalt. Vergeleken met andere aandoeningen is het aantal proefdieren dat voor onderzoek naar hart- en vaatziekten wordt gebruikt laag, terwijl hart- en vaatziekten juist doodsoorzaak nummer 1 vormen.
De Nederlandse Hartstichting steunt de zoektocht naar alternatieven voor dierproeven. Daarom participeert de Hartstichting in het ZonMw stimuleringsprogramma 'Dierproeven begrensd'. [1]
Ook de NHS gaat uit van het nut van dierproeven door de geschiedenis heen. Dat is te zien in hun standpunt over dierproeven.[1] Elke kritiek op dierproeven ontbreekt hier. Wanneer de NHS aanvragen krijgt van onderzoekers voor subsidies voor hun onderzoek, zal een Wetenschappelijke Adviesraad bekijken of de dierproeven noodzakelijk zijn. Deze zal natuurlijk geheel via de 3V's werken. Dit zal betekenen dat er weliswaar gezocht zal worden of proeven gedaan worden en of er alternatieven aanwezig zijn. Er zal echter waarschijnlijk niet bekeken worden of een onderzoek naar betere preventie effectiever is. Daarnaast zal er ook geen contact opgenomen worden met artsen/wetenschappers die tegen dierproeven zijn om te kijken of zij een andere benadering weten om het resultaat van het onderzoek te verkrijgen. Inzicht in deze procedures wordt niet gegeven, maar in onze ervaring en opgedane kennis weten we dat wetenschappers vaak niet of amper weet hebben van het bestaan van deze organisaties. Persoonlijk contact met wetenschappers aangesloten bij deze organisaties is er niet.
Opvallend in het standpunt van de NHS is de opmerking dat dierproeven met apen door de NHS niet vergoed wordt. Bij onderzoek naar muizen wordt wel mogelijk iets vergoed. Dit komt over als een selectief beleid met betrekking tot diergebruik bij onderzoek. De afweging zal waarschijnlijk gemaakt worden met behulp van het ethisch aspect van dierproeven. Dat terwijl wetenschappers beweren dat zij steeds kiezen voor een proefdier dat het dichtst bij de mens staat. Het DNA van een chimpansee verschilt slechts 1,2 % van dat van een mens [2]. Je zou dus denken dat een chimpansee de beste keuze is, maar zo eenvoudig is dat dus niet. En welk dier je ook neemt: een chimpansee, muis,... Het zijn en blijven dieren, en geen mensen. Daarom weet je nooit hoe de mens zal reageren. Een chimpansee verschilt zowel uiterlijk als innerlijk aanzienlijk van de mens, ondanks het kleine genetische verschil. Zelfs het kleinste verschil in genen kan een enorm verschil maken in uiterlijk of biologische effecten zoals het metabolisme. Ook wetenschappers geven dit toe [3]. Daarom kan je je wel voorstellen dat elk dier een verschillend resultaat oplevert. Met een muis deelt de mens 80% van de genen [4].
De verschillen zijn klein, maar toch groot. Het zal altijd puur gokwerk zijn, omdat je geen mensspecifieke resultaten verkrijgt. Chimpansee onderzoek toont aan dat resultaten niet op mens van toepassing zijn. Muisonderzoek geeft hetzelfde aan. Als voorbeeld een aantal gefaalde proeven met betrekking tot hart- en vaatziekten:
- Prenylamine
Een medicijn dat werd gemaakt tegen Angina pectoris. Het werd van de markt gehaald in het Verenigd Koninkrijk in 1988 [5]. Het probleem met dit medicijn was dat het hartritmestoornissen veroorzaakte. Het hart ging er abnormaal snel door kloppen. Bij dierproeven op katten, konijnen en cavia's zorgde het juist voor het tegenovergestelde, namelijk een vermindering van het hartritme. [6] - Eraldin
Eraldin, een medicijn tegen hartziekten veroorzaakte doden en blindheid bij mensen ondanks het feit dat er geen hinderlijke effecten konden worden aangetoond bij dieren. Bij de introductie van het medicijn zeiden wetenschappers dat Eraldin het bewijs was van de grondigheid waarmee toxiciteittesten werden uitgevoerd bij dieren. Naderhand waren wetenschappers niet in staat om deze resultaten te reproduceren bij dieren. [7] - Digitalis
De hartmedicatie Digoxin en digitoxin zijn substanties die uit digitalis worden gehaald. Deze medicatie is bedoeld om hartfalen en hartritmestoornissen tegen te gaan. De medicatie is ontwikkeld via menselijke studies [8][9]. Dokters kunnen echter van deze medicatie niet te hoge dosissen geven, omdat het giftig is. De medicatie is dan wel niet ontwikkeld via dierproeven, maar bij dierproeven leken de dosissen veilig, terwijl deze bij mensen de dood veroorzaakte [10]. Tegenwoordig kunnen we de dodelijke dosis vaststellen via in vitro methoden met menselijke cellen. [11]
De dierproeven suggereerden ook dat deze medicatie de bloeddruk verhoogde. En daardoor werd het gevaarlijk geacht voor bepaalde patiënten en kregen zij het daarom niet. Klinische observatie toonden echter aan dat dit incorrect was. [9] - Encainide en Flecainide
Een Amerikaans onderzoek toonde aan dat twee medicijnen ontwikkeld ter preventie van onregelmatige hartslagen juist tot hartaanvallen konden leiden bij een bepaald type patiënten. Tijdens het onderzoek bleek dat er meer doden waren onder patiënten behandeld met Encainide en Flecainide, dan diegene met een placebo [12].
Naar schatting zijn er 3000 mensen in de VS vroegtijdig komen te overlijden na het nemen van deze medicatie [13]. De dierproeven gaven echter aan dat beide medicijnen veilig en efficiënt waren [14]. - Ischemische hartklachten (coronary artery disease, CAD)
Bij CAD onderzoek worden vaak konijnen gebruikt. Konijnen krijgen deze klachten niet van nature. Daarom worden ze kunstmatig gecreërd door de aderen te verstoppen. Maar bij konijnen zullen de kunstmatige vaatvernauwingen niet hetzelfde reageren en afbreken zoals dat bij mensen gebeurt [15]. Ze zullen uiteindelijk artheroscleroris (aderverkalking) ontwikkelen, maar niet op de juiste plek om een hartziekte te ontwikkelen. Het zal zich in de meeste gevallen manifesteren in de thoracic aorta en de aortaboog en niet in de kransslagaders zoals bij mensen. Hetzelfde geldt voor cavia's en muizen. [16]
Hartklachten komen vaak door een verkeerde levenstijl. Via preventie kan je veel onheil vermijden. De link met bepaalde leefgewoonten, dieetkeuzes e.d. zijn gelegd door vooral epidemiologische studies, maar ook door klinisch onderzoek, in vitro onderzoek en autopsies. Zo weten we nu bijvoorbeeld dat de ontwikkeling van CAD door een hoog cholesterol kan worden veroorzaakt, maar ook de risico's door hoge bloeddruk, roken, diabetes, genetische erfelijkheid, te weinig beweging, obesitas en stress toenemen. Hieronder nog een aantal voorbeelden van successen zonder dieren:
- Grand Prix
Een epidemiologisch onderzoek genaamd 'Grand Prix' onderzocht het dieet van mensen in 56 landen. De conclusie was dat een dieet met veel vet en vlees een grote oorzaak was van ontwikkeling van (hart)ziekte.[17][18] - American Heart Association
Een Amerikaanse hartorganisatie adviseert om meer B6, B12 en foliumzuur in te nemen om het homocysteine-niveau omlaag te brengen en daardoor de kans op hartaanval en beroerte te verminderen. Dit naar aanleiding van epidemiologische studies en autopsies.[19][20][21] - Cardiac Catherization / PAC
De uroloog Werner Forssmann testte de eerste katheter op het menselijk hart op zichzelf uit. Eerst testte hij deze bij konijnen, maar deze overleden door hartritmestoornissen wanneer deze het hart aanraakte[22]. In 1929 deed hij echter succesvol een experiment op zichzelf. Hij plaatste de katheter in zijn arm tot aan zijn hart. Hiervan liet hij tevens Röntgenfoto's maken [23]. Later was hij ook de eerste die contrastvloeistof in het (eigen) hart injecteerde. - Hypertensie (hoge bloeddruk)
Hoge bloeddruk kan lijden tot hartfalen en verhoogt de kans op hartziekten. Een van de eerste behandelmethode tegen hoge bloeddruk was restrictie in zoutconsumptie, een vezelrijk dieet en rust. Dit adviseerde Dr. kempner in 1944 en het werkte. De invloed van zoutconsumptie op de bloeddruk werd later bevestigd door epidemiologisch onderzoek in Groot-Brittannie. Hierdoor gingen mensen met hypertensie hun zoutinname beperken waardoor ze hun medicatie konden beperken of stoppen. [24] - Propranolol, Metoprolol, Atenolol (hoge bloeddruk)
Dr. B. Pritchard ontdekte dat door het toedienen van beta-blokkers bij mensen met borstpijn de bloeddruk verlaagde. Zijn observaties zorgden voor de ontwikkeling van diverse medicatie tegen hoge bloeddruk, zoals Propranolol, Metoprolol en Atenolol. Dierproeven hadden eerder net aangegeven dat ze de bloeddruk niet verlaagden [25][26][27]. Dr. B. Fitzgerald reageerde op de klinische observaties van Pritchard met het volgende: "Pritchard's tenacious studies on the hypotensive action of propranolol eventually paved the way for the extensive use of beta-blockers in hypertension, even though this therapeutic application was not predicted from animal studies [28].' - Hartchirurgie
Veel innovatieve methoden voor het hart komen voort uit een laatste poging om levens te redden van soldaten in oorlogstijd. [29] Baron Dominique Jean Larrey (een chirurg van Napoleon), was de eerste die een operatie deed om pus rondom het hart te verwijderen. Vroeger geloofden velen dat elke wond aan het hart fataal is. Eerder toonde Bartholemy Carbol of Montpellier via autopsies aan dat dat niet zo was [30]. In 1872 toonde Dr. George Callandar ditzelfde aan. Hij verwijderde een naald dat door het hart gestoken was en toonde aan dat een kleine wond niet direct fataal hoeft te zijn [31]. Dr . Ferdinand opereerde een patiënt en verwijderde iets wat hij dacht dat een cyste was. Het bleek een aneurysma te zijn. De patiënt begon dood te bloeden en Dr. Ferdinand zag geen andere optie dan de wonde dicht te naaien. De patiënt overleefde. Dr. Ferdinand was hiermee de eerste arts die een aneurysma aan het hart repareerde [32]. De hart-long machine (CPB) die gebruikt wordt bij hartoperaties is een techniek die ontwikkeld werd en daarna op dieren getest, maar daardoor faalde. Na vele testen op dieren vond de eerste test in 1951 op een mens plaats. De patiënt overleed [33]. Een andere chirurg probeerde daarop hetzelfde. Eerst vele malen op dieren en daarna bij mensen. Twee van de drie eerste menselijke patiënten stierven als gevolg van complicaties door de machine. Pas toen Dr. Anthony Andreasen zijn observaties bij mensen gebruikte om de machine aan te passen, ging het wel goed. Dierproeven gaven aan dat er grote volumes bloed rondgepompt moesten worden om de mens in leven te houden. Dit bleek echter niet te kloppen.
[1] Standpunt dierproeven, Nederlandse Hartstichting, 16 juli 2007
[2] http://www.phgfoundation.org/news/1231/
[3] http://www.medicalnewstoday.com/articles/4945.php
[4] http://noorderlicht.vpro.nl/artikelen/9691473/#
[5] C.Spriet-Pourra & M.Auriche, Drug Withdrawal from Sale (PJB Publications, 1988).
[6] H.Obianwu, Acta Pharmacology et Toxicology, 1967, vol.25, 127-140.
[7] Nature, 1982, April 1, pp387-90. and British Medical Journal, 1983, Jan 15, pp199-202, and Drug Monitoring, 1977 and Pharmacologist, 1964, vol. 6, pp12-26, and Pharmacology: Drug Actions and Reac. and Advances in Pharm, 1963, vol. 2, pp1-112, and Nature, 1982, April 1, pp387-390.
[8] W.Sneader, Drug Discovery: The Evolution of Modern Medicine (Wiley, 1985)
[9] T.Lewis, Clinical Science (Shaw & Sons Ltd, 1934)
[10] G.T.Okita, Federation Proceedings, 1967, vol.26, 1125-1130.
[11] R.Jover et al, Toxicology In Vitro, 1992, vol.6, 47-52.
[12] CAST Investigators, New England Journal of Medicine, 1989, August 10, 406-412.
[13] Dr. J.Morganroth reported in Washington Times, 1989, July 26.
[14] Flecainide: B.Holmes & R.C.Heel, Drugs, 1985, vol.29, 1-33; encainide: D.C.Harrison et al, American Heart Journal, 1980, Vol.100, 1046-1054, and J.E.Byrne et al, Journal of Pharmacology & Experimental Therapeutics, 1977, vol.200, 147-154.
[15] Gross, D. Animal Models in Cardiovascular Research, Martinus Nijhoff Pub. 1985
[16] Current Pharmaceutical Design, 1998;4:37-52
[17] New Scientist, 1990, Dec 8, pp. 39-43
[18] New York Times 1990, May 8
[19] Am J Path 1969; 56:111-28
[20] JAMA 1998;279:359-64, 393-93
[21] New England Journal of Medicine 1999; 340 1449-1454
[22] Altman, Lawrence K., Who Goes First? The Story of Self-Experimentation in Medicine, University of California Press, 1998, p.50
[23] Forssmann W. T. O. Die sondierung des rechten herzens. Klm Wochenschr 1929;8:2085-7
[24] BMJ 1991, April 6, 819-824
[25]
Fitzgerald, D. The development of new cardiovascular drugs in Recent Developments in Cardiovascular Drugs eds. Coltart en Jewitt, Churchill Livingstonde 1981
[26] Perspectives in Biology & Medicine 1980 Part 2, S9-S24
[27] Pharmacy International Feb. 1986; p. 33-37
[28] Recent development in Cariovascular Drugs Coltart and Jewitt (Eds.) Churchill Livingstone 1981 p. 13
[29] The Wellcoe Museum of the History of Medicine (Science Museum, London,1986)
[30]
Westaby, Stephen and Bosher, Cecil. Landsmarks in Cardiac Surgery, ISIS Medical Media 1998 p13-14
[31] Westaby, Stephen and Bosher, Cecil. Landsmarks in Cardiac Surgery, ISIS Medical Media 1998 p16
[32] Altman, Lawrence K. Who Goes First? The Story of Self-Experimentation in Medicine. University of California Press 1998 p.39
[33] Westaby, Stephen and Bosher, Cecil. Landsmarks in Cardiac Surgery, ISIS Medical Media 1998 p55



