Wetenschappelijke informatiedatabase tegen het gebruik van dierproeven

Veelgestelde Vragen

Algemeen

  • Wie zijn jullie?
    Deze site is opgericht door dierenrechtenorganisatie Bite Back. Met deze site willen we een Nederlandstalig verzamelplatform aanbieden van wetenschappelijke en medische kennis zonder dierproeven en tegen dierproeven.
  • Wat vinden jullie van dierproeven?
    Er zijn voor ons verschillende redenen dat we tegen dierproeven zijn. Ten eerste vanuit een ethisch perspectief. We vinden niet dat dieren gefokt mogen worden om ons te dienen. We vinden het onjuist dat dieren gebruikt worden voor ons om experimenten op te doen.

    Ten tweede zijn we tot de conclusie gekomen dat ethische argumenten al erg lang gebruikt worden, maar dat we niet zonder de medische en wetenschappelijke argumenten kunnen. De combinatie van beiden versterkt de discussie rondom dierproeven en het streven naar afschaffing daarvan. 
  • Zijn jullie tegen alle dierproeven?
    Ja, we zijn tegen alle dierproeven vanuit een ethisch, medische en wetenschappelijk standpunt. Op onze site kunt u vinden waarom.
  • Waarin verschillen jullie van Proefdiervrij, dierenbescherming e.d.?
    Bite Back is een dierenrechtenorganisatie. Wij pleiten voor de rechten van het dier. Deze rechten zijn het recht op vrijheid van onderdrukking, het recht op vrijheid om zich te kunnen uiten e.d. Kortom wij vinden het niet juist dat dieren gebruikt worden om menselijke behoeften te vullen. Dit onrecht willen we met argumenten bestrijden op een vreedzame manier.
    Met deze site willen we naast de gebruikelijke ethische argumenten meer ingaan op wetenschappelijke argumenten. Ook durven wij hardop te zeggen dat ook dierproeven voor medicatie moeten stoppen. Niet alleen vanwege het dierenleed, maar ook omdat dierproeven de ontwikkelingen van oplossingen tegenhoud door de onjuiste en onbetrouwbare gegevens. De mens is gebaat bij een stop op dierproeven.
  • Gebruiken jullie geweld om jullie doelen te bereiken? Of andere vormen van acties die buiten de wet gaan?
    Bite Back gaat in debat met dierproefnemers, werkt mee aan rondleidingen in laboratioria, debatten en hoorzittingen over dierproeven. Zo communiceren we dat ook naar de dierproefnemende industrie en politiek.
    Het verstrekken van informatie is onze prioriteit. Wij voeren legale en geweldloze, soms confronterende, acties en campagnes. Bite Back behoort bij de bovengrondse dierenrechtenbeweging. Onze websites zijn erop gericht een zo'n breed mogelijk publiek aan te spreken en te informeren. Met deze website + het werven van fondsen voor dierproefvrij onderzoek draagt vrijwilligersorganisatie Bite Back actief en op een positieve manier bij aan een mentaliteitswijzing binnen de medische en wetenschappelijke wereld.
     
  • Waarom vind ik alleen maar wetenschappelijke informatie op de site en vrij weinig over het lijden van de dieren, zoals foto's en video's uit dierenlaboratoria?
    De site is bedoeld om een wetenschappelijk statement te maken tegen dierproeven en daarom ligt de focus van deze site daarop. Op de Bite Back website is verder veel informatie te vinden over de dieren die lijden door dierproeven. Op deze site wordt het ethische argument ook zeker wel aangehaald, maar we zullen de focus laten liggen op wetenschappelijke argumentatie.

Dierproeven Algemeen

  • Hoeveel dieren worden er wereldwijd gebruikt voor onderzoek?
    Gemiddeld worden jaarlijks 180 miljoen dieren gebruikt in experimenten wereldwijd. Dit cijfer is laag ingeschat, omdat registratie van dieren niet in elk land strikt gebeurd en dieren die niet in dierproeven gebruikt worden maar wel later gedood worden, niet overal zijn meegerekend. In Europa alleen al worden jaarlijks zo'n 13 miljoen dieren gebruikt. Engeland is koploper met 3 miljoen dieren per jaar. In Nederland zijn het er ongeveer 600.000 en België heeft een aandeel van 720.000. De juiste getallen kan je raadplegen onder Dierproeven > Statistieken.

  • Welke dieren worden er gebruikt?
    Er worden heel wat verschillende diersoorten gebruikt bij onderzoek: ratten, muizen, konijnen, cavia's, hamsters, honden, katten, varkens, apen, mensapen, schapen, koeien, vissen, en ga zo maar door.

  • Welke soorten dierproeven bestaan er?
    Er zijn heel wat verschillende testen: dieren worden vergiftigd, ziek gemaakt, verwond, er worden stoffen in de ogen of op huid gesmeerd die irritatie veroorzaken, of men onthoudt dieren van voedsel, water of slaap. Bij sommige testen onderwerpt men dieren aan psychologische proeven, brengt men hersenletsel toe, maakt men dieren lam, amputeert men lichaamsdelen, manipuleert men dieren genetisch, brengt men brandwonden toe, en ga zo maar door. Als ze tijdens de proef niet sterven, worden ze meestal nadien gedood.

  • Waarom worden er dierproeven gedaan?
    Dierproeven worden gedaan voor onderzoek. Dit onderzoek kan bestemd zijn voor de bestrijding van mensen- of dierenziekten. Sommige proeven zijn echter louter gericht op het verkrijgen van meer kennis. Daarnaast heb je proeven voor het testen en ontwikkelen van consumentenproducten zoals cosmetica en huishoudmiddelen, voedseladditieven, kleurstoffen, voeding, farmaceutische stoffen, medische apparaten en chemicaliën. In principe kan alles ooit op dieren getest zijn, of nog steeds getest worden.

  • Lijden dieren in experimenten?
    Dieren in experimenten zijn altijd ondergeschikt aan het belang van de proef. De proef krijgt altijd de hoogste prioriteit. Het kan de onderzoekers vaak niet schelen of dieren daaronder lijden. Er zijn natuurlijk gradaties in het veroorzaakte leed. De sector zelf spreekt altijd over 'ongerief', een term die het lijden van het dier wat positiever moet laten klinken.

  • Wat is er mis met dierproeven?
    De meeste mensen hebben ethische bezwaren tegen dierproeven, omdat ze vinden dat dieren niet moeten lijden. Vaak gaan discussies dan ook over ethiek, wat uiteraard een belangrijk argument is om tegen of voor te zijn.

    Maar het feit dat dieren lijden, is niet de enige reden om dierproeven af te wijzen. Buiten het feit dat het volgens ons erg fout is om dieren te gebruiken voor proeven, zijn er een hoop wetenschappelijk argumenten waarom dierproeven zouden moeten stoppen.

    De wetenschappelijk argumentatie is gebaseerd op het probleem van verschillen tussen de diersoorten en de uitingen van ziekten in dieren. Het is namelijk onmogelijk om resultaten uit dierproeven tussen dieren onderling en naar mensen toe te gebruiken. Als de ene stof wel hetzelfde reageert bij mensen als bij muizen, maar een tweede stof niet, kan je van een derde stof onmogelijk voorspellen hoe mensen erop zullen reageren. Medicatie, mutagene stoffen en ziekten werken niet noodzakelijk hetzelfde bij verschillende diersoorten. Ervan uitgaan dat dit wel zo is, zorgt voor een enorm risico bij de human trials. Resultaten van dierproeven zijn dus erg misleidend.

    De echte proefkonijnen zijn uiteindelijk altijd de mensen die de medicatie als eerste uitproberen.

    Verschillen duiken trouwens niet enkel op tussen diersoorten onderling. Ook tussen rassen en leeftijdsgroepen zijn er verschillen. Wanneer je dierproeven weghaalt als een fase in de ontwikkeling van medicatie en testen, haal je in feite een factor van risico en onbetrouwbaarheid weg. De proeven op dieren kunnen vervangen worden door extra mensspecifieke in vitro testen. Op deze website vind je heel wat info over de redenen waarom dierproeven wetenschappelijk incorrect zijn.

  • Heeft Nederland/Belgie geen strenge wetten voor dierproeven?
    Onder het kopje Dierproeven>Wetten vind je meer informatie over de huidige wetgeving rondom dierproeven en proefdieren. De wetgeving tot verplichte dierproeven is ons inziens niet gestaafd op een wetenschappelijke fundering. Wij pleiten dan ook voor een evaluatie van het nut van dierproeven.

  • Wat zijn dan de alternatieven voor dierproeven?
    Er zijn veel verschillende methoden ter vervanging van dierproeven, waarmee je dus betere resultaten kan behalen door anders te werken. Alternatieven zijn bijvoorbeeld onderzoek met cel- en weefselculturen, analytische technologieën, moleculair onderzoek, post mortem studies (autopsies), computermodellen, epidemiologische studies (populatiestudies), ethisch klinisch onderzoek met vrijwillige patiënten en gezonde mensen, en gebruik van microben zoals bacteriën. Meer info hierover vind je onder dossier > alternatieven.

  • Hoe kan je de reactie van een volledig levend wezen nabootsen in een reageerbuis of celcultuur?
    Die nabootsing begint door verschillende experimenten op dieren te vervangen door dierproefvrije technieken. Door de combinatie van deze experimenten kan je fases nabootsen. Er zijn technieken op de markt waarbij al hele delen van het menselijk lichaam in één test nagebootst worden, zoals bijvoorbeeld de Hurel.

    Om een 'volledig lichaam' te kunnen bestuderen, kan je geen dieren gebruiken, want een dier kan geen mens nabootsen. Een dier gebruiken zal niet leiden tot het oplossen van een medisch probleem, aangezien het beste model de mens zelf is.

    Door in dierproefvrij onderzoek te kiezen voor de juiste, mensspecifieke testen kan je resultaten verkrijgen die op het menselijk lichaam gericht zijn, bijvoorbeeld via celculturen met menselijk celmateriaal.

  • Kunnen alternatieven dierproeven vervangen?
    Ja, dat kunnen ze zeker. Er worden momenteel al veel alternatieven gebruikt om dierproeven op diverse vlakken te vervangen. Celculturen hebben apen vervangen in polio vaccin productie; zwangerschapstests worden nu getest in reageerbuizen in plaats van in konijnen; insuline wordt chemisch geanalyseerd in plaats van met muizen en op nog veel meer vlakken zijn er nu diervrije alternatieven.

    Spijtig genoeg worden er natuurlijk nog wel veel dierproeven gedaan.

    Om deze te vervangen, is een mentaliteitsverandering nodig, zowel op medisch/wetenschappelijk als politiek vlak. De wil om echt grote stappen te maken om dierproeven weg te krijgen ontbreekt. Dat zie je ook in de investeringen die gedaan worden. Waar de regering in Nederland bijvoorbeeld maar x euro's uitgeeft aan alternatieven wordt het honderdvoudige geïnvesteerd in onderzoek met dierproeven. Vandaar dat wij ook een fonds op hebben gericht om bij te dragen aan de promotie van diervrij onderzoek.

  • Zijn wetenschappers verplicht om alternatieven te gebruiken?
    In Nederland zijn ze bijvoorbeeld wel verplicht dat te doen, maar in andere landen vaak niet. In de VS bijvoorbeeld is men wel verplicht uit te kijken naar alternatieven, maar is men niet verplicht dit ook daadwerkelijk te doen.

    Daarnaast is het maar de vraag of die verplichting daadwerkelijk nageleefd en gecontroleerd wordt. De Dier Experimenten Commissies (DEC's) in Nederland zijn bijvoorbeeld niet onafhankelijk, hoezeer men dat ook wil doen laten geloven. Een onafhankelijke controle-instantie zou daar goed werk kunnen verrichten, maar er is te weinig openheid om iets te kunnen controleren.

    Ook kijken onderzoekers maar in een aantal databases met alternatieven, maar hebben ze ook niet altijd zicht op of bepaalde proeven al gedaan zijn. Daardoor kunnen soortgelijke proeven dubbel gedaan worden of kan een alternatief niet gebruikt worden.

    En onderzoekers nemen niet contact op met wetenschappers die tegen dierproeven zijn vanuit wetenschappelijk standpunt om deze te vragen of hun wellicht een andere benadering weten of een alternatief.

  • Als dierproeven niet nodig zijn, waarom bestaan ze dan nog ?
    Er zijn verschillende redenen waarom dierproeven de wereld nog niet uit zijn. Er is de onwil om te veranderen vanuit traditioneel oogpunt en omdat dierproeven bekend terrein zijn voor zij die ermee bezig zijn. Tevens is er weinig kennis en gebrek aan expertise op gebied van dierproefvrije methoden.

    Belangrijk is ook de weerstand van belanghebbende partijen, denk maar aan proefdierfokkers, leveranciers van benodigdheden voor dierenlaboratoria, contract testers (bedrijven die ingehuurd worden om dingen te testen). Maar denk ook aan speciaal getrainde proefdierdeskundigen, dierverzorgers, etc. Dus er staan ook banen op het spel en economische belangen.

    Bovendien zijn dierproeven nog vaak wettelijk verplicht om een bepaald product of medicijn op de markt te mogen brengen.
  • Is het hypocriet om tegen dierproeven te zijn, maar wel geteste medicijnen te nemen?
    Nee, zeker niet. Het zou wel hypocriet zijn als je 'cruelty-free' alternatieven zou hebben, maar dan toch een product neemt dat op dieren getest is. Helaas is de realiteit dat medicatie getest is op dieren. Consumenten hebben dus geen keuze. En dat geldt niet enkel voor medicatie. Je kan er vanuit gaan dat alles wel ooit eens getest is. Denk bijvoorbeeld ook aan het water dat je drinkt, het zout dat je gebruikt of de auto waarmee je rijdt.

    Omdat je geen keuze hebt en daarom wel producten moet gebruiken die op dieren getest worden of ooit getest zijn, betekent niet dat je daarom niet tegen dierproeven kunt zijn.

    Ook betekent het niet dat een medicijn dat op dieren getest is, voortgekomen is uit een ontdekking tijdens de dierproeven of dat dierproeven enige waarde hebben gehad in het ontwikkelen ervan. Dierproeven kunnen niet de veiligheid en efficiëntie van een nieuw medicijn garanderen. Die efficiëntie wordt pas duidelijk wanneer het veelvuldig gebruikt is door menselijke patiënten. Meer dan 90% van de medicatie die via dierproeven op de markt wordt gebracht, faalt bij mensen.

    Sommige tegenstanders van dierproeven kiezen er wel voor om medicatie te weigeren. Dat is een persoonlijke keuze. Het moet duidelijk zijn dat het einde van dierproeven, niet het einde van de moderne geneeskunde is. We zijn dan ook geen tegenstanders van medische ontwikkeling, maar zien alleen toekomst in het gebruik van diervrije methoden, omdat die veiliger en betrouwbaarder zijn in de route naar medicatie en behandelingsmethoden.

  • Zijn medicijnen veilig voor ons als ze niet eerst op dieren getest zijn?
    Waarschijnlijk zouden medicijnen veiliger zijn dan ze nu zijn, als de fase van dierproeven zou worden afgeschaft. Veel studies tonen aan dat dierproeven voor mensen maar 5-25% van de gevallen correct voorspellen. Je kunt nog beter een muntje opgooien.

    Als onderzoekers potentieel bruikbare stoffen aan dieren toedienen, krijgen ze veel gegevens over de effectiviteit van de stoffen bij de geteste diersoorten. De resultaten verschillen daarentegen drastisch tussen de verschillende diersoorten en er is geen betrouwbare methode die de menselijke reactie voorspelt.

    Stoffen die het leven van mensen zouden kunnen redden worden afgekeurd omdat ze schadelijk zijn voor dieren en stoffen die therapeutisch werken bij dieren worden goedgekeurd, terwijl ze later schadelijk of soms zelfs dodelijk voor mensen blijken te zijn.

    In Groot-Brittannië sterven jaarlijks meer dan 10.000 mensen door de bijwerkingen van voorgeschreven medicijnen, momenteel de op drie na grootste doodsoorzaak in de westerse wereld. Voor de Verenigde Staten ligt dit cijfer boven de 100.000. Vioxx, een pijnstiller tegen Artritis, is in 2004 van de markt gehaald omdat het tegen de 320.000 hartaanvallen en beroertes veroorzaakte, waarvan 140.000 fataal waren. Dierproeven schoten te kort in de voorspelling van deze tragedies, die wellicht verminderd of voorkomen hadden kunnen worden door het gebruik van moderne op de mens toegesneden testen met behulp van DNA-chips, menselijk weefsel en studies met kleine doses op vrijwilligers gevolgd met een P.E.T. of een andere scanner.

    Het Britse bedrijf Pharmagene (tegenwoordig Asterand) gebruikt uitsluitend menselijk weefsel vanuit de filosofie dat "een vloedgolf aan nieuwe gegevens over de genetica van de mens medicijnonderzoek op dieren overbodig maakt. Als je informatie over menselijke genen hebt, welk nut heeft het dan terug te gaan naar dieren?"

    Veel van onze meest populaire medicijnen kunnen behoorlijk schadelijk zijn voor dieren. Daarom is de zorg gerechtvaardigd dat dierproeven ons weerhouden van het verkrijgen van de broodnodige medicijnen, zoals Professor Cohn Dollery stelt:
    "... voor de overgrote meerderheid van ziektebeelden bestaan geen dierlijke modellen of ze zijn ontoereikend. (we riskeren) dat we bruikbare medicijnen over het hoofd zien omdat ze geen respons geven bij de dierlijke modellen die meestal gebruikt worden." [1]

    92% van de nieuwe medicijnen mislukken in klinische proeven, nadat ze geslaagd zijn voor alle veiligheidstesten bij dieren. Veel medicijnen die het wel halen, worden later van de markt gehaald of herlabeld vanwege de serieuze bijwerkingen.

    [1] Dollery, C. in Risk-Benefit Analysis in Drug Research, ed. Cavalla, 1981, p87.
     
  • Als we geen dieren gebruiken, wat moeten we dan wel gebruiken?
    Deze stelling gaat er onterecht van uit dat dierproeven in het verleden gezorgd hebben voor de medische vooruitgang. De echte mijlpalen in medische vooruitgang zijn echter toe te schrijven aan het gebruik van de volgende niet-dierlijke methoden, zoals ook de ontwikkelingen in de toekomst dat zullen zijn.
    • In vitro (reageerbuis) onderzoek is gebruikt voor veel grote ontdekkingen, zoals antibiotica, en de structuur van DNA, evenals alle vaccins die we tegenwoordig kennen, waaronder die voor polio en hersenvliesontsteking.
    • Epidemiologie (bevolkingsonderzoek) heeft aangetoond dat een gebrek aan foliumzuur aangeboren afwijkingen veroorzaakt, dat longkanker een gevolg is van roken en dat lood hersenbeschadigingen bij kinderen kan veroorzaken.
    • Autopsie onderzoek is verantwoordelijk voor veel van onze moderne medische kennis, waaronder het herstel van aangeboren hartafwijkingen bij baby´s.
    • Genetisch onderzoek heeft duidelijk gemaakt hoe sommige genen verantwoordelijk zijn voor bepaalde ziekten. DNA-chips stellen doktoren in staat om de juiste medicijnen voor te schrijven voor specifieke patiënten, waardoor bijvoorbeeld serieuze bijwerkingen bij chemotherapie beperkt kunnen worden.
    • Klinische studies met patiënten hebben ons de meeste tegenwoordig gebruikelijke behandel- en genezingswijzen gebracht, onder andere de behandeling van een lui oog en de kennis dat HIV-overdracht van moeder op kind voorkomen kan worden. Menselijk weefsel is essentieel voor de studie naar menselijke ziekten en medicijngebruik, dierlijk weefsel verschilt op cruciale punten.
    • Computer modellen zijn tegenwoordig zeer geperfectioneerd, met virtuele menselijke organen en virtuele stofwisselingsprogramma´s die de effecten van medicijnen op mensen veel preciezer kunnen voorspellen dan dieren dat kunnen.
    • Technologische vooruitgang is grotendeels verantwoordelijk voor het hoge niveau van de medische zorg die we vandaag de dag krijgen, waaronder MRI en PET-scans, ultrasone behandelingen, laserbehandelingen, cochleare implantaten, laparascopische operaties, kunstmatige organen, pacemakers and zelfs openrug-operaties.
    • Stamcelonderzoek heeft er al voor gezorgd dat kinderen met leukemie behandeld kunnen worden en is op andere terreinen een grote belofte voor de toekomst.

      Hier nog diverse voorbeelden.
  • Wat te denken van het argument dat dierproeven onmisbaar zijn als enig functionerend model voor metabolische systemen?
    Deze bewering suggereert dat ´in vitro´-onderzoeksmethoden, hoewel waardevol, niet kunnen voorspellen wat er zal gebeuren in een compleet levend systeem, wat klopt. Maar de geschiedenis leert ons dat de resultaten van proefdieren zelfs minder toereikend zijn. Ze voorspellen slechts resultaten voor de geteste dieren, niet voor mensen.

    Aangenomen dat metabolische processen sterk verschillen tussen diersoorten, informatie voortgebracht door dierproeven heeft geen voorspellende waarde en is daarmee volledig onwetenschappelijk toegepast op mensen. Heel vaak zijn stoffen die effectief bleken te zijn bij dieren, die genezende werking niet voor mensen te hebben. Soms zijn ze zelfs schadelijk.

    Door ´in vitro´-onderzoek en nieuwe technologie te gebruiken kunnen we een functionerend menselijk lichaam veel beter simuleren dan een proefdier dat kan. Alle medicijnen moeten uiteindelijk op mensen getest worden, en die mensen zijn eigenlijk in elk opzicht de feitelijke proefdieren. Deze ¨klinische fase¨ van het medicijnonderzoek stelt menselijke vrijwilligers aanvankelijk bloot aan kleine doses, bekijkt de reactie´s, en voert dan langzaam de dosis op. Klinische testen en vervolgens niet-dierlijke methoden, zoals epidemiologie en controle van de medicijnen nadat ze op de markt zijn gebracht, geven wat proefdieren nooit kunnen, 100% accurate gegevens over de menselijke metabolische processen.

Medische ontwikkeling

  • Bestaat het polio vaccin niet dankzij dierproeven?
    Dierproeven hebben eigenlijk de komst van dit broodnodige vaccin vertraagd gedurende de eerste helft van de 20e eeuw.

    Toen polio voor het eerst voorkwam rond 1835, verlamde en doodde het razensnel zijn slachtoffers. In 1908, vermoedde men een virus en wetenschappers begonnen aan een vaccin te werken. Nb: Bij het ontwikkelen van vaccins is het cruciaal om vast te stellen hoe de infectie het lichaam binnenkomt. Gelukkig ontdekten pathologen het poliovirus al in 1912 in menselijke ingewanden, wat suggereerde dat het binnenkwam via het spijsverteringskanaal.

    Ondertussen wisten wetenschappers apen succesvol met polio te besmetten. Maar omdat apen polio eerder opnemen via de neus dan via de mond stelde deze ¨triomf¨ de ontwikkeling van een effectief vaccin alleen maar decennia uit. Het is ongelofelijk dat de wetenschappers die aan het vaccin werkten   de gegevens uit het onderzoek met apen verkozen boven de gegevens uit het onderzoek naar de menselijke spijsvertering!

    Het is waar dat het ´vaccin´ is gebaseerd op dierproeven. Maar geproduceerd met weefsel van apen, resulteerde deze ´genezingswijze´ in zes menselijke doden en 12 gevallen van verlamming.[1] Dit vaccin werd opgegeven. Verdere dierproeven leidde tot de ontwikkeling van een nasale behandeling die alleen maar permanente schade aan het reukorgaan veroorzaakte bij de geteste kinderen. [2][3]

    In 1941, bestudeerde Dr. Albert Sabin autopsies op mensen om eindelijk de nasale theorie te verwerpen. Hij ontdekte dat het virus zich beperkte tot het maag- en darmstelsel, zoals bijna 30 jaar daarvoor al gedocumenteerd was.

    Sabin veroordeelde later de blunder van het aap-model:
    "... preventie werd lang opgehouden door de foutieve conceptie van het wezen van menselijke ziekte gebaseerd op misleidende experimentele aap-modellen voor die ziekte."[4]

    In 1949 bereidde Nobelprijs-winnaar John Enders eindelijk de weg voor een vaccin door het virus in weefselkweken te laten groeien.[5] Ook al kon het vaccin geproduceerd worden met menselijk weefsel, conform de conventie kozen producenten er toch voor weefsel van apen te gebruiken. Het op dieren gebaseerde vaccin, dat het feitelijke virus bevatte, besmette 204 mensen met polio en het resulteerde in 11 gedocumenteerde doden. Het resulteerde tevens in tenminste één virus (SV4O) dat de grens van soorten oversprong en mensen besmette.

    Om deze reden laat men het polio-vaccin nu liever groeien in een menselijke cel-cultuur dan in dierlijk weefsel.

    [1] Develop Biol Standard1980:45:163-173.
    [2] Sabin, Albert, in JAMA1965;194(8):872-876.
    [3] Parish H.J., Victory with Vaccines, E.&.S Livingston, LTD, 1968.
    [4] Sabin, Albert, MD statement before the subcommittee on Hospitals and Health Care, Committee on Veterans Affairs, House of Representatives, April 26, 1984 serial no. 98-48.
    [5] Science 199, vol. 109: p85-87
  • Is penicilline er niet gekomen door dierproeven?
    In feite hebben dierproeven de ontwikkeling van dit belangrijke medicijn op een zijspoor gezet. In 1929 observeerde Alexander Fleming hoe penicilline in een petrischaal bacteriën doodde. Geïntrigeerd diende hij de samenstelling toe aan konijnen die geïnfecteerd waren met bacteriën, in de hoop dat hetzelfde zou gebeuren.

    "En bijna kwam het er helemaal niet."

    Helaas was de penicilline niet effectief tegen de infectie van het konijn. Teleurgesteld legde Fleming het medicijn opzij voor een tiental jaren, aangezien de konijnen bewezen hadden dat het medicijn nutteloos was als systematische medicatie.

    Jaren later, diende hij het medicijn radeloos toe aan een stervende patiënt, bij wie alle andere methoden gefaald hadden. De penicilline veroorzaakte een mirakel, de rest is geschiedenis.

    Fleming zou de penicilline hebben weggegooid als hij de oorspronkelijke proeven had uitgevoerd op cavia´s of hamsters, aangezien het voor deze diersoorten dodelijk is. Fleming gaf later toe dat misleidende resultaten van dierproeven bijna de ontdekking van het complete veld van antibiotica had voorkomen.
  • Waren proefdieren niet verantwoordelijk voor de ontdekking van diabetes en de ontwikkeling van insuline?
    Voorstanders van dierproeven halen meestal de ontwikkeling van insuline aan om voortgang van dierproeven te ondersteunen en beweren dat insuline verkregen via de slachthuizen het leven heeft gered van veel diabetici. Dat klopt. Maar het gebruik van dieren in de zoektocht naar de oorzaak van diabetes is behoorlijk contraproductief geweest.

    Diabetes beïnvloed meer dan 125 miljoen mensen wereldwijd en is de belangrijkste oorzaak voor blindheid, amputatie, nierproblemen en vroegtijdige dood. Doktoren in de late 18e eeuw linkten de ziekte als eerste aan de karakteristieke veranderingen in de alvleesklier die ze tijdens autopsies waarnamen. Omdat dit moeilijk te reproduceren was bij dieren, verworpen veel wetenschappers de rol van de alvleesklier. Als ze de alvleesklier bij honden, katten en varkens verwijderde, kregen deze dieren diabetes. Maar de symptonen deden onderzoekers vermoeden dat diabetes een leveraandoening was, waarmee het diabetes onderzoek decennialang op een dood spoor zat. In 1922 spraken boze wetenschappers zich uit tegen de dierproeven waarvan velen claimen dat ze het bestaan van insuline hebben bewezen:

    "De productie van insuline is voortgekomen uit een verkeerd opgevatte, verkeerd uitgevoerde en verkeerd geïnterpreteerde reeks [dier] experimenten."[1]

    Ze wezen er op dat autopsie op mensen feitelijk had aangetoond dat de alvleesklier het vitale orgaan voor diabetes bleek te zijn, en dat niet dierproeven maar ´in vitro´-onderzoek insuline had geïsoleerd.

    Wetenschappers verbeterde later het ´in vitro´proces waarmee ze insuline geïsoleerd hadden, zodat ze op een succesvolle manier op grote schaal insuline aan varkens en koeien konden onttrekken in slachthuizen. Deze dier-gebaseerde insuline heeft inderdaad levens gered, maar niet zonder complicaties. Het veroorzaakte tevens allergische reacties en stelde patienten bloot aan serieuze gezondheidsrisico´s. Als ze de gevaren hadden erkend, dan hadden wetenschappers meer haast gemaakt met het ontwikkelen van menselijke insuline.

    Insuline is slechts een behandeling voor diabetes, geen genezing. Het exacte bio-chemische proces waardoor bloedsuiker door insuline wordt gereguleerd moet nog gevonden worden. Als de fondsen voor deze studies meteen naar onderzoek bij mensen was gegaan, hadden we dan nog steeds deze plaag gekend?

    [1] Roberts, F., in BMJ1922, p1194.
  • Hoe kunnen we AIDS bestrijden zonder dierproeven?
    De afgelopen 20 jaar zijn er miljarden uitgegeven aan vruchteloze pogingen om dieren met AIDS te infecteren. Aangezien het onmogelijk is om een adequaat dier-model te krijgen, is het dwaas om aan te nemen dat dierproeven een genezing zullen opleveren. Velen in de AIDS-gemeenschap protesteren tegen dierproeven omdat het een verspilling is van kostbare tijd en geld.[1]

    Het bloed van HIV-geïnfecteerden blijft tot op de dag van vandaag ons meest waardevolle onderzoeksmateriaal. Mensen die niet van HIV naar AIDS overgaan, kunnen een uitstekend inzicht bieden op de mogelijke manieren om de ziekte tot stilstand te brengen. [2]

    Door middel van epidemiologie en ´in vitro´-onderzoek hebben wetenschappers al het menselijke gen geïsoleerd dat verantwoordelijk wordt geacht voor de immuniteit.[3] Ook al claimen voorstanders van dierproeven dat AZT en andere preventieve medicatie voor AIDS ontwikkeld zijn door middel van dierproeven, in feite zijn bestaande menselijke data en computers hiervoor verantwoordelijk. [4]

    AIDS doodt mensen op niveau van de cellen, dus dat is het niveau waarop het bestudeerd moet worden.  Zonder nadenken waardevolle onderzoeksfondsen investeren in dierproeven houdt AIDS-patiënten alleen maar ziek. [5][6][7][8]

    Aidsvax is getest op 8000 vrijwilligers met een verhoogd risico, omdat het chimpansees beschermde tegen een HIV-infectie. Helaas voor de vrijwilligers bood het geen enkele bescherming.

    [1] Brochure passed out by ACT UP San Francisco at Emory University, April 26, 1997.
    [2] NEJM 1994;332:259-260.
    [3] Scientific American, Sep. 1997.
    [4] Committee on the Use of Animals in Research. Science, Medicine, and Animals. National Academy Press, Washington DC, 1991.
    [5] Institute of Medicine. Mobilizing Against AIDS. Washington D.C., National Academy Press, 1986.
    [6] AIDS Etiology, Diagnosis, Treatment, and Prevention. 3rd edition. Philadelphia, J.B Lippincott, 1992.
    [7] AIDS Research and Human Retroviruses1992;8:349-356.
    [8] Presidential Commission: Report of the Presidential Commission on the human immunodeficiency virus epidemic. Washington D.C., Government Printing Office, 1988, p39-47.
  • Kunnen we zonder dieren ooit hopen op een genezing voor kanker?
    Kanker is inmiddels hartziekte voorbijgestreefd als de voornaamste doodsoorzaak in Groot-Brittannië, maar ook inmiddels in Nederland [1].  De belangrijkste reden dat we kanker als doodsoorzaak nog niet hebben weten te stoppen is dat kanker bij dieren niet hetzelfde is als kanker bij mensen.

    Kanker is niet één ziekte. Het zijn er velen. Bij mensen bestaan meer dan 200 verschillende vormen van kanker die diverse organen, weefsels en cellen aantasten. Alhoewel vergelijkbare dierlijke organen, weefsels en cellen kanker kunnen krijgen, de kankers zijn nooit identiek aan de menselijke carcinoom.

    Bepaalde substanties zijn niet noodzakelijkerwijs kankerverwekkend bij alle diersoorten. Studies tonen aan dat 46% van de stoffen die kankerverwekkend waren bij ratten, niet kankerverwekkend waren bij muizen. [2] Als soorten die zo sterk verwant zijn als muizen en ratten al niet op dezelfde manier kanker krijgen, dan is het niet verbazingwekkend dat 19 van de 20 samenstellingen die veilig zijn voor mensen kanker veroorzaken bij andere dieren. [3]

    Het US National Cancer Institute behandelde muizen die 48 verschillende ¨menselijke¨ kankers hadden, met een dozijn verschillende medicijnen die succesvol waren bij mensen en in 30 gevallen waren de medicijnen waardeloos voor muizen. Bijna twee-derde van de muizen-modellen zaten er naast. Dierproeven zijn onwetenschappelijk omdat ze geen voorspellende waarde bezitten.

    Het US National Cancer Institute deed tevens een onderzoeks-programma van 25 jaar, waarbij 40.000 plantensoorten op dieren werden getest op een anti-tumor effect. Uit dit belachelijk dure onderzoek kwamen veel positieve resultaten voor dierlijke modellen, maar niet één gaf een positief effect op mensen. Het resultaat is dat de NCI nu menselijke kankercellen gebruikt voor cytotoxisch onderzoek.[4]

    Dr. Richard Klausner voormalig directeur van het US National Cancer Institute, stelt duidelijk:
    ¨De geschiedenis van het kankeronderzoek is de geschiedenis van het genezen van kanker bij muizen... We hebben muizen al tientallen jaren van kanker genezen, en het werkte simpelweg niet bij mensen."

    [1] http://www.blikopnieuws.nl/bericht/91373
    [2]  DiCarlo DrugMet Rev,15; p409-131984.
    [3] Mutagenesis1987;2:73-78.
    [4] Handbook of Laboratory Animal Science, Volume II Animal Models Svendensen and Hau (Eds.) CRC Press 1994 p4.
     

Cosmetica

  • Waar kan ik vinden welke producten wel of niet getest zijn?
    Bite Back heeft een handige lijst waar dit op staat. Deze is hier te vinden.

Dierenleed

  • De site gaat over dierproeven, maar ik kan weinig info vinden over het dierenleed door dierproeven. Waar kan ik dat vinden?
    De site richt zich via een andere invalshoek op dierproeven. Meer informatie over dierenleed rondom dierproeven is hier te vinden op de site van Bite Back.